Terechte klachten

(This post is in Dutch as it relates to several articles in Dutch.)

Aleid Truijens is schrijver, recensent, biograaf, en voornamelijk bekend als columnist bij de Volkskrant. Ze schrijft over diverse onderwerpen, waarvan “educatie” er een is. Ik lees haar columns altijd met interesse. Meestal ben ik het eens met de strekking van haar verhaal. Zo ook met het stukje dat ze schreef in de Volkskrant van 27 april 2018, getiteld “Ik hoop dat de universiteit een intellectuele vrijplaats is, maar ik ben er niet zeker van.” De conclusie die ze met haar betoog bereikt, onderstreep ik volledig. Maar ze maakt een aantal bochten waar ik grote vraagtekens bij zet, en waarvan het me verbaast dat ze kennelijk de betreffende denkwijze omarmt. Bij deze mijn commentaar.

Aleid’s aanleiding voor haar betoog is een hetze van een aantal studenten van de Universiteit van Amsterdam tegen hun nieuwe “diversity officer,” Anne de Graaf, gepubliceerd in Het Parool als antwoord op een interview met De Graaf in Trouw. De Graaf, die veel ervaring heeft met het thema “diversiteit” binnen Amerikaanse universiteiten, is onder andere aangesteld naar aanleiding van een fel rapport over de “diversiteit” binnen de UvA. Dit rapport, opgesteld onder leiding van activiste Gloria Wekker, schuift “witte mannen” allerlei vermeende misstanden binnen de universiteit in de schoenen, en pleit voor quota. De studenten eisen op hoge toon dat De Graaf afstand neemt van bepaalde uitspraken, zoals haar weerzin tegen quota. Ze is ten slotte aangesteld om inhoud te geven aan de bevindingen van het rapport, nietwaar? Dus waarom stelt ze zich niet net zo op als de activisten die het rapport in eerste instantie hebben geschreven?

Kennelijk hadden de studenten verwacht dat ze met hun “diversity officer” eindelijk de betreurenswaardige slachtoffers van het witte, mannelijke schrikbewind aan de macht zouden kunnen brengen. Dat De Graaf een objectief en realistisch beeld van de werkelijkheid heeft, stoort hen in hoge mate. De studenten meten “rechtvaardigheid” af aan “percentages gemarginaliseerde groepen,” terwijl De Graaf expertise voorop wil stellen. En hoewel de studenten zeggen dat “quota een laatste redmiddel zijn,” stellen ze ook fijntjes dat “er voldoende bewijs is dat quota werken” (waarbij ik denk: natuurlijk, als je enige doel is dat er meer medewerkers van een bepaalde demografie zijn, en je niet geïnteresseerd bent in andere gevolgen van je maatregelen, dan is het instellen van quota ongetwijfeld effectief).

Aleid Truijens begint met een kort historisch overzicht. “Drie jaar geleden stelden de Maagdenhuisbezetters terecht dat de universiteit te wit en te mannelijk (de docenten) was, en het curriculum ‘te westers’. Wat er wordt gedoceerd is voornamelijk wat witte mannen eeuwenlang hebben bedacht.

Daar gaat mijn eerste alarmbel af. Wat bedoelt Aleid met dat woordje “terecht?” Is zij het eens met de Maagdenhuisbezetters? Je kunt stellen dat het op zijn minst opvallend is dat de wetenschappelijk staf gedomineerd wordt door mannen, terwijl de studentenpopulatie gedomineerd wordt door vrouwen, maar dat is onder andere een gevolg van het verleden waar veel minder vrouwen studeerden en van het feit dat mannen gemiddeld (met nadruk: gemiddeld) ambitieuzer zijn in hun werk dan vrouwen. Je kunt eventueel beargumenteren dat het belangrijk is dat er een redelijk percentage vrouwen in de staf vertegenwoordigd is, in ieder geval als rolmodel voor de ambitieuze vrouwelijke studenten die een toekomst in de wetenschap willen. Ikzelf denk dat dat percentage er al is, maar je kunt er een discussie over voeren. Dan blijft over “te wit” en “te westers.”

Hoezo “te wit?” De overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking is “wit.” Dan kun je dus ook verwachten dat de overgrote meerderheid van de staf op universiteiten “wit” is. Dat gezegd hebbend: als ik om me heen kijk op de universiteit waar ik werk, zie ik medewerkers van een groot aantal verschillende nationaliteiten. Goede staf is heel moeilijk te vinden, en er zijn in het buitenland veel wetenschappers die graag aan een Nederlandse universiteit werken. Aangezien expertise bij selectie voorop staat, is het geen wonder dat het percentage stafleden van niet-Nederlandse afkomst veel groter is dan je op grond van bevolkingspercentages zou kunnen verwachten. Okay, misschien is het percentage “medewerkers met een donker kleurtje” wat lager dan de bevolkingspercentages (velen komen namelijk uit Oost-Europa, Azië, of het Midden-Oosten), maar er is geen aanwijzing dat zij minder vertegenwoordigd zijn vanwege “structureel racisme.” De studentenpopulatie immers reflecteert ook niet de maatschappelijke demografische percentages.

Tenslotte: hoezo “te westers?” Nederland is een westers land, dus mag je verwachten dat aan de universiteiten de westerse normen voor educatie gevolgd worden. Deze normen zijn gebaseerd op het wetenschappelijk benaderen van kennis. Deze benadering is dermate succesvol, dat overal ter wereld universiteiten deze aanpak volgen. Kennis wordt gedeeld over de wereld als geheel (uitgezonderd bepaalde landen waar Internet sterk aan banden is gelegd). Kortom, vrijwel alle universiteiten ter wereld volgen een “westers curriculum.” Wat is er “terecht” aan het curriculum als “te westers” beschouwen? Moeten we onze gedachten over wat feiten zijn gaan laten bepalen door religieuze inzichten, zoals we zien in bepaalde niet-westerse landen? Of wellicht door politieke stromingen, wat in bepaalde Aziatische landen gebeurt? Moeten we, zoals ik een aantal zwarte studenten heb zien verkondigen, voodoo-rituelen serieus gaan nemen?

Of slaat het “te westers” zijn op die tweede zin, dat de stand van de wetenschap het gevolg is van “wat witte mannen eeuwenlang hebben bedacht?” Wetenschap is niet wetenschap omdat het bedacht is door witte mannen. Wetenschap is wetenschap omdat het gaat over falsificeerbare feiten. Wetenschap is zelf-corrigerend. Als iemand een bewering doet zonder er argumenten voor aan te dragen, wordt de bewering niet serieus genomen. Als er falsificeerbare argumenten worden aangedragen, die ontkracht worden, wordt de bewering verworpen. Wat overblijft is een bouwwerk van feiten waarvoor de bewijsvoering zo sterk is dat we erop voort kunnen bouwen. En als er nieuwe feiten worden aangedragen, of feiten ontkracht worden, wordt het bouwwerk aangepast.

Zelfs al zou het zo zijn dat, historisch gezien, witte mannelijke wetenschappers oogkleppen op hadden en daarom de wetenschap in een bepaalde richting duwden, dan is het al heel lange tijd het geval dat wetenschap internationaal en inclusief is. Iedereen, waar ook ter wereld, ongeacht geslacht, ras, of afkomst, kan wetenschappelijke vindingen doen, bekritiseren, of onderuit halen. Een wetenschapper die een tegenargument poogt te ontkrachten door te verwijzen naar het geslacht of het ras van degene die het tegenargument brengt, wordt weggehoond en verguisd. De natuur van de wetenschap is dat het blind is voor de demografische kenmerken van wetenschappers. Daarmee getuigt de uitspraak “wetenschap is niet goed want het is gebaseerd op wat witte mannen gedaan hebben” van een dermate onwetenschappelijke houding dat degene die hem maakt slechts minachting verdient.

Kortom, het minder “westers” maken van het curriculum staat gelijk met het afbreken van de wetenschappelijke integriteit, en dat kan niet worden aangeduid als “terecht.”

In dezelfde paragraaf gaat nog een tweede alarmbel af, zij het iets minder luid dan de eerste. Aleid stelt: “Er zijn beschamend weinig vrouwelijke hoogleraren of hoogleraren en onderzoekers met een migratieachtergrond.” De alarmbel klinkt bij het woord “beschamend.” De rest van de zin is een feit. Aleid vind dit een “beschamend” feit. Mijn vraag is “wie moet zich hiervoor schamen?”

Ik heb het sterke vermoeden dat Aleid vindt dat universiteiten of de Nederlandse samenleving zich hiervoor moeten schamen. Maar waarom? Onze samenleving biedt mensen een grote keuzevrijheid, en universiteiten doen dat ook. Als je je kapot wilt werken om een hoogleraarspositie te verwerven, dan mag dat. Als je het liever rustiger aandoet, een leuke baan hebt en daarnaast gezellig met je gezin veel tijd thuis doorbrengt, of een rijk sociaal leven erop na wilt houden, dan mag dat ook. Vrijheid, blijheid. Dat die witte mannen (en een enkele witte vrouw) zo nodig statusbelust moeten zijn, hun gezin verwaarlozen, hun vrienden verliezen, maar wel veel subsidies binnenhalen en veel publiceren, is hun zaak. Dat moeten ze zelf weten, de sukkels. Zitten ze daar tot diep in de nacht op kantoor, hun gezondheid naar de knoppen te helpen, een leuk salaris binnenslepend dat hun partner vervolgens kan spenderen. Lachwekkend, maar ze willen het zelf.

Als het werkelijk een beschamende zaak is dat er relatief weinig vrouwen en weinig mensen met een migratieachtergrond zijn die carrière maken op een universiteit, dan moet die schaamte gezocht worden bij degenen die te weinig hun best doen om te concurreren met de hardwerkende carrièremakers. Maar ik persoonlijk vind er niks beschamends aan dat mensen ervoor kiezen te doen wat hen gelukkig maakt. Het is een van de grote verworvenheden van onze maatschappij dat dat mogelijk is.

Na het korte historische overzicht geeft Aleid aan dat het weinig zinvol is de samenleving in groepen te verdelen waarbij mensen met bepaalde demografische achtergronden op één hoop worden gegooid. Ze hoopt dat het niet de bedoeling is dat alle geledingen “divers” worden samengesteld, “keurig van alles wat,” want het gaat tenslotte om professionaliteit. Ze geeft aan dat de gedachte van De Graaf dat er meer smaken zijn dan “racist” en “slachtoffer” niet vreemd is (een understatement), en dat studenten per definitie gepriviligeerd zijn. Je kunt beter de grote uitval van migrant-studenten aanpakken (of de grote uitval van mannelijke studenten, zou ik daaraan toe willen voegen), of de eenzijdige samenstelling van selectiecommissies (wat ik nooit geobserveerd heb, dus ik zou daar graag eens objectieve feiten voor zien). Al met al geeft Aleid hiermee aan een redelijk gezonde kijk te hebben op maatschappelijke fenomen.

Dan gaat een derde alarmbel af bij de volgende paragraaf: “De Graaf is een tegenstander van quota voor vrouwen en minderheden, omdat ze het ‘vernederend’ vindt om ergens binnen te komen omdat je vrouw bent of een kleur hebt -– ik kan me daar iets bij voorstellen. Maar de studenten in Het Parool hebben ook gelijk als ze stellen dat ‘vanwege structurele discriminatie achtergestelde groepen vaak niet worden aangenomen, ondanks hun expertise’.” De eerste zin van deze paragraaf komt overeen met wat ik veel vrouwen heb horen zeggen, dus daar heb ik geen problemen mee. Maar de tweede zin doet mijn nekharen overeind staan.

De tweede zin is een beschuldiging van crimineel gedrag. Het is in Nederland verboden om te discrimineren op basis van demografische kenmerken. Er rusten straffen op. Dus als het objectief is dat iemand de geschiktste persoon is voor een open positie, maar niet wordt aangenomen op grond van het feit dat de persoon tot een minderheidscategorie behoort, dan is er een strafbaar feit gepleegd en moeten juridische maatregelen worden genomen.

Waar komt die bewering dat universiteiten structureel discrimineren vandaan? Zijn daar objectieve feiten voor? Zo ja, dan zou ik dit graag voor een rechtbank uitgezocht zien. Of zijn dit slechts roddels? Is er iemand niet aangenomen op een plek, en roept die persoon dat dat duidelijk vanuit racistische motieven is, zonder dat hard te kunnen maken? In dat geval kunnen we deze bewering rustig naast ons neerleggen, en stellen dat de studenten in Het Parool uit hun nek kletsen.

Maar ik vermoed dat ik wel weet wat er achter deze uitspraak zit. Het is de gedachte: “als er geen racisme zou zijn, zouden we hogere percentages mensen met een donkere huidskleur aangenomen zien worden, en omdat dat niet zo is, is dat het bewijs dat er racisme is.” Deze gedachten klinken sommigen redelijk in de oren, maar zijn het niet. Ze gaan er namelijk van uit dat er tussen groepen mensen geen andere verschillen bestaan dan alleen demografische attributen. Ze houden er bijvoorbeeld geen rekening mee dat Nederland geen homogene samenleving is waar iedereen in alles gemixt is. Demografisch onderscheidbare groepen trekken zich vaak terug in “eigen kring,” met hun eigen culturele normen en waarden. Bijvoorbeeld: moslims in Nederland worden vaak religieus opgevoed, waarbij wetenschappelijke inzichten worden afgedaan als “in tegenspraak met de Koran.” Is het verwonderlijk dat we minder moslims aan universiteiten zien dan het percentage moslims onder de Nederlandse bevolking? Dat is verklaarbaar vanuit de moslim-cultuur, en er hoeft geen verklaring gezocht te worden in “discriminatie.” Een soortgelijk verhaal kun je uiteraard ophangen over de autochtone Nederlanders die met de Bijbel in de hand geboren zijn.

Kortom, zolang er niet aannemelijk kan worden gemaakt dat racistische motieven spelen in de aanstelling van medewerkers, is het lasterlijk om te beweren dat dit toch gebeurt. Het feit dat Aleid expliciet stelt dat de uitspraak van studenten op waarheid berust, vind ik griezelig.

Het verdere verloop van Aleid’s stukje kan ik alleen maar van harte onderschrijven. Haar laatste paragraaf start met de volgende zinnen: “Natuurlijk moet de universiteit een veilige plek zijn. Ik hoop dat het voor iedereen dít is: een intellectuele vrijplaats. Een plaats waar afkomst, sekse of voorkeuren niet tellen, maar waar je die onderwerpen onbedreigd aan de orde kunt stellen.” Bravo.

Ik heb de laatste jaren in diverse landen, waaronder de Verenigde Staten, Canada, Australië, en meerdere Scandinavische landen, verontrustende ontwikkelingen gadegeslagen waarbij bepaalde universiteiten veranderen van wetenschappelijke bolwerken in instituties waar vooral gestreden moet worden voor “sociale rechtvaardigheid,” met programma’s waar geen wetenschappers maar activisten worden opgeleid. Ik heb gezien dat studenten veranderen van zelfstandige, weldenkende, kritische mensen die beseffen wat voor een gepriviligeerde positie ze innemen, in watjes die menen dat zij slachtoffers van maatschappelijk onrecht zijn, en die alle kritiek op hun gedrag afdoen als racisme, seksisme, genderisme, ableisme, of een ander neologistisch -isme. Ik zie studenten die zich gedragen als verwende kleine kinderen die door hun plaatsvervangend ouder, de universiteit, beschermd moeten worden tegen de boze buitenwereld.

Gelukkig heeft dit soort ontwikkelingen in Nederland nog niet veel aan momentum gewonnen. We zijn doorgaans een nuchter en realistisch denkend landje. Maar we gaan dit soort onverkwikkelijke zaken, waarbij eisen gesteld worden op basis van vermeend slachtofferschap, steeds meer zien. Wat de studenten van de Universiteit van Amsterdam in Het Parool zeiden, geeft me het ongemakkelijke gevoel dat ze in Nederland hopen te imiteren wat in de Verenigde Staten en Canada een aantal universiteiten aan het ondermijnen is. Het verheffen van slachtofferschap tot het hoogste goed, en het toepassen van “social engineering” om mensen macht en posities te geven die ze niet verdienen op basis van hun prestaties, moet bestreden worden teneinde de wetenschappelijke kwaliteit van universiteiten te waarborgen.

Redelijk denkende mensen met een platform, zoals Aleid Truijens, kunnen daarin een leidraad bieden door deze ontwikkelingen kritisch te beschouwen. Het feit dat Aleid termen als “terecht” en “gelijk hebben” gebruikt waar ze spreekt over sommige van de slecht-gefundeerde gedachten die de activistische studenten koesteren, kennelijk zonder het nodig te vinden enige twijfel over die gedachten uit te spreken, vind ik daarom beangstigend.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s

%d bloggers like this: